El Sosneado en de route naar de Aconcagua
El Sosneado
Vanuit Malarguë hadden we als hoofdtrip 60 km gruisweg vanaf El Sosneado richting de Chileense grens. Eindbestemming een verlaten hotel met thermaalbaden die in de open lucht liggen. De route is prachtig maar duurt zo\'n 2,5 uur enkele reis. Dat waren we niet vergeten maar wel hoe slecht de weg was, maar ons kleine Fordje redde het. Geen wonder dat het hotel verlaten is zou je zeggen...
Volgens ons komen hier amper toeristen. De bergen zijn spectaculair en de kleuren fascinerend. Vanwege het gehobbel, gerammel en geslinger moet je ook en af toe stoppen en dan maakten we foto\'s. De rivier maakt het plaatje compleet. Ook grote kuddes paarden, een paradijs voor ze zo lijkt het. Langs de hele weg ongeveer 3 hutjes gezien van Mapuche indianen. Heel verlaten. Op de toppen ligt sneeuw en we zagen enkele gletsjers. Rond 13 uur waren we bij de thermaalbaden. Hans nam een zwavelbadje in de meest warme en op het oog (!) schoon lijkende bad. We waren hier al eens eerder. Wat opviel was dat het zwerfafval in de omgeving was toegenomen, wat een afknapper. Het zijn zwijnen die Argentijnen, ze gooien graag afval weg waar het ze uitkomt. Gelukkig wordt er langs de wegen veel opgeruimd maar het blijft iets wonderlijks dat je je afval dumpt in een prachtige natuur.
Na 2 uurtjes terughobbelen waren we terug op het asfalt, op weg naar San Rafael (nee, niet die voetballer). Aangezien dat een drukke plaats is bogen we vlak ervoor af naar Villa 25 Mayo, een wat rustige oudere nederzetting. Wel overprijsd helaas maar we namen een betaalbaar appartement in een koloniale gebouw. Niet echt schoon, maar om de hoek lag een heerlijk terras en zeer authentieke comedor, een vreettentje. Niets culinairs, maar snelle happen en koude drankjes. Laten we zeggen, een budgetdagje. Toen we binnen zaten was het wel weer geinig om de met plastic afgedekte tafels te zien waaronder een geblokt kleedje ligt. Een groot buffet, ouderwetse ijskasten met handgrepen en een aardig ouder echtpaar. Zij, met schort kookt, hij doet de bediening. We hoorden er helemaal bij. Het dorpje is rustig, maar de honden blaften wat af bij vlagen.
De dag erna vroeg gestart en weg naar Uspallata. We zagen verschillende kanten van Mendoza: de grote droge vlaktes waar kale struiken en cactussen groeien. Wel zagen we voor het eerst emoes, een soort struisvogel, ze vielen haast niet op. Ook weer volop oliewinning gezien de ja-knikkers. Een poosje later langs de tweebaansweg schaduwrijke bomen zoals overhangende wilgen. Hier heel veel druivenranken in velerlei tinten. Grote estancia\'s en bodega\'s. Naast druiven groeit hier veel meer. Het kruid oregano is populair (helaas is het eten tamelijk flauw), flespompoenen, fruit en heel veel knoflook. Soms reden we achter een oud Fordje volgeladen met trossen vol. Veel tempoverschillen door oude en nieuwe auto\'s, veel inhalen. Laatste stuk voor de afslag naar Uspallata nog even een vierbaansweg meegepikt. Op de achtergrond zagen we de hele dag de flanken van het Andesgebergte. Er zijn vele toppen van rond en en boven de 6000 meter. De grootste, de Aconcagua is bijna 7000 meter. Deze ligt nabij Uspallata op de grens met Chili.
We namen ons intrek in een rustig gelegen cabaña, een huisje, royaal, schoon en betaalbaar. Het Grand hotel Uspallata waar we in 2005 nog een suite boekten voor 25 euro, vraagt tegenwoordig voor de kleinste goedkope kamer, minimaal 800 pesos, zo\'n 135 euro. En dat niet alleen, ze zaten stampvol!
Vandaag bestond ons ochtendprogramma uit een ritje richting Aconcagua totaan Puente del Inca. Het landschap is bijna te immens om op een foto te vangen. Je krijgt traanogen van het staren in de diepte. Rondom hoge bergen in allerlei kleuren. Verder een onmetelijke rivierbedding waarin oude sedimenten herkenbaar zijn. Wel wat vrachtverkeer, maar bij het klimmen veelal twee wegdelen. Geen luxe. Er wordt volop gewaarschuwd voor bochten en steile hellingen, maar we zagen toch een truck die vlak ervoor het ravijn was ingereden...
We stopten bij Puente del Inca, een oud badhuis dat door het jarenlange doorstromen gemineraliseerd is, de foto maakt duidelijk wat dat is. We volgden dezelfde weg terug via Uspallata, tanken en door naar Barreal. Weer een weids maar ander landschap dan richting de Chileense grens. Minder kleuren, maar aan weerszijden van de weg lappen droge grond die glooiend overgaan in de bergen. De Aconcagua blijft te zien tot Barreal. De weg was deels asfalt, deels gruis en het laatste deel weer asfalt.
We verheugden ons op Barreal maar het was hier weer een gekkenhuis met de prijzen. Heel deprimerend want je ziet ook nergens gasten. We hadden ooit een favoriete Duitser hier, El Aleman, die een goed restaurant had en die nu ook zijn onderkomens aan het water had gebouwd. Er was plaats maar hij ontkende de prijsstijgingen. Dat komt door de zwarte markt, als we euro\'s in contanten hadden, kregen we een koers van 1:10, maar ja, wij krijgen in de pinautomaat 1:6 en betalen ook nog om in kleine hoeveelheden cash op te nemen. Tja, als we dat hadden geweten hadden een berg dollars en of euro\'s meegenomen maar dat hebben we niet. En laten we wel zijn, ze nemen lang niet overal buitenlandse valuta aan. Maar deze parallelmarkt verstoort wel de gewone markt. We gingen weg en besloten zelfs helemaal weg te rijden uit Barreal want we hadden 20 adressen geprobeerd, allemaal anders en willekeurig maar telkens te hoge prijzen. En net toen we besloten weg te rijden, kwam we langs een laatste posada. Leuk verbouwd met veel oude spullen op de corridors. Erg charmant, een royale kamer, schoon, goed geprijsd en een restaurant. Alsnog tevreden streken we neer tegen 17.30 uur. Beetje picknicken op de wandelgangen mag en we hebben weer eens wifi, niet op de kamer maar bij de entree. Aangezien het restaurant pas om 20.30 uur opent, maak ik daar snel nog even gebruik van. Naar verwachting zijn we de komende dagen ook offline want we gaan onder andere kamperen in Parque Talampaya.
Rondom Malarguë
Maandag en dinsdag dagtrips rondom Malarguë. Fijn om de dag te starten met een goed ontbijt inclusief fruitsalade en lekkere koffie. Meestal krijg je in dit land mierzoete medialuna\'s (halvemaantjes maar geen lekkere croissants) met een klodder jam en drabberige koffie met een bak gevulde suikerzakjes ernaast... Altijd weer een verrassing. Lunch smeren we zelf onderweg op de hoedenplank (wie gebruikt hem daarvoor?) want eenmaal weg uit een stadje zijn er haast geen voorzieningen.
In deze droge periode is het hier overdag gemiddeld 25 graden en \'s nachts 10 graden. Aan de Argentijnse kant van het Andesgebergte is het vrij droog, maar de brede rivierbeddingen geven aan hoe het er in de lente uit moet zien als de sneeuw smelt. Vanuit Malarguë lopen diverse wegen richting de bergen. Maandag reden we over een lange zandweg naar een aantal fraaie rotsformaties, de Castillos de Pincheira. Toerisme is ontdekt als bron van inkomsten en zodoende was er bij het uitzichtspunt een parkje met bomen (schaduw is zeldzaam in het open land) en een zwembad aangelegd. Entreegelden zijn te hoog om er even een broodje te eten. Halverwege de middag zaten we heerlijk op ons eigen balkon te lezen, we zijn de enige gasten en dat vinden wij nooit erg.
Vandaag een wat langer tochtje op weg naar Las Leñas. Dat is een populair skigebied maar wij gingen voor de route zelf. De lucht aan één kant van de weg was knalblauw en dan komen alle kleuren in het landschap tot zijn recht. Hans had de omgeving via Google Earth bekeken en gezien dat er ook een aantal meertjes waren, dolines, grote gaten in het landschap gevuld met helder blauw water. De eerste was zelfs een betaalde toeristenattractie: de Laguna de la Niña Encantada. Het hoe en waarom van deze legende kregen we erbij in het Spaans. We gingen er heen en het was inderdaad een zeer helder meertje waarin grote vissen zwommen. En er was een altaartje versierd met plastic bloemen en allerlei rozenkransjes.
Die erna was Pozo de Animas, een veel grotere doline, maar gratis. De zon werd steeds heter en we konden niet te lang buiten blijven met onze witte huiden, zeker niet omdat we vaak op hoogte vertoeven. De enige boom op onze route kwam goed van pas voor de lunch. Daarna ben je blij dat je weer binnen kan zitten in een koele ruimte. Hoe kort geleden verlangden we nog naar wat zon? Het kan verkeren. Morgen vertrekken we uit Malarguë. Via een laatste zijtrip naar de Chileense grens, gaan we daarna verder noordelijk Mendoza in.
Geiten en golfbanen
De dag dat we Caviahue verlieten was het bewolkt. Het landschap krijgt daardoor andere tinten, minder scherpe contrasten. Vlak na Caviahue ligt een aparte waterval, in een diepe uitgesleten kom, de cascade de Agrio. En zelfs in die diepte lopen geitjes. Geiten, chivitos, zie je veel, vooral in deze streek. Ze staan meer dan elders op het menu. Groentes daarentegen zelden. Wel vaak pastagerechten, met dank aan de vele immigranten uit Italië. De route zou naar Chos Malal, een stoffig woestijnstadje, te bereiken via een lange stoffige gruisweg waarop je max. 40 km per uur kan rijden. Je neus zit potdicht na een uurtje. De haarspeldbochten en de doorkijkjes maken het rijden leuker. In Chos Malal een lange rij bij de benzinepomp, maar de lengte komt vooral door het \'gemak\' waarmee je wordt bediend (je mag nergens zelf tanken). Maar niemand heeft haast dus wij ook niet. Opnieuw rare prijzen met uitschieters naar boven. Het komt volgens ons door een nieuw \'ontdekt\' toeristengebied waardoor men zichzelf op de kaart zet of denkt te zetten. De folders liggen bij bosjes klaar en hippe jongeren bemensen de turist informaciones. Ze kunnen je weinig meer vertellen dan je zelf kunt zien. Argentinië is dol op eenrichtingstraten waarbij je pas twee blokken later weer kan afslaan in de gewenste richting. Straatnamen zijn wel overal hetzelfde, de hoofdweg heet vaak 25e Mayo en het hoofdplein Plaza Martin of zoiets. Na enkele rondjes vonden we een proper en zeer betaalbaar hotelletje, iets van de hoofdstraten af. Laat dat echter geen biet uitmaken wat het nachtelijk weekend lawaai betreft... Geen idee wat ze doen, er valt weinig te beleven, maar ze blijven rondrijden zonder uitlaat en je hoort ze tot 4 uur buiten praten. Het went wel, want wij storten meestal in na de avondmaaltijd om 21.30 uur...
Chos Malal noemen we voortaan Chos Halal. Sta je lekker einde middag een broodje te smeren bij een rivierbedding, met uitzicht op een enorme geitenkudde, wordt er live geslacht! Het gaat rap met een mes maar toch, ik ga voortaan niet meer op een muurtje rondom plantsoentjes zitten.... Ik weet nu wat er zoal gebeurt.
Vanmorgen vroeg weg, verder naar de provincie Mendoza. Het eerste deel een prachtige asfaltweg. Al snel zagen we vulkaan Tromen liggen. Je kan ook binnendoor rijden, hetgeen we voorgaande keren wel deden, maar dat weggetje is enorm slecht en duurt heel lang. Zelfs voor 4x4 scheen het nu bijna ondoenlijk. En we moesten nog ver door, niet zeker wetend of de hele route naar Bardas Blancas geasfalteerd zou zijn. Je zou het kunnen verwachten na zoveel jaren?
Hans bleef optimistisch, ik realistisch. En zo gingen we weer met lichte tegenzin over van nieuw asfalt op gruis, soms aardig geschraapt maar bij vlagen veel puntige stenen of diepe gaten temidden van oude resten asfalt. Wil niets zeggen over de omgeving want die is zeer kleurrijk, je ziet veel verschillende soorten vulkanen en her en der liggen zwarte lavabommen die ooit zijn uitgespuwd door een vulkaan. Bij Tromen zelf zie je vooral waar de lava gestroomd heeft en gestold is. De hoogte ervan is onvoorstelbaar, kan je nagaan wat zo\'n uitbarsting teweeg brengt.
Na een lange hobbelige rit in de warmte (25 graden) kwamen we in Bardas Blancas, het woord plaatsje is teveel gezegd. Er ligt een hosteria waar we ooit in het donker belandden en een stapelbedje voor 3 euro kregen. Een vissersverblijf, maar nu was het dicht wegens verbouwing. Helemaal niet erg, al was de omgeving geologisch gezien erg interessant, maar dat is het elders ook.
We reden nog een stukje richting Chili vanuit Bardas omdat het een nieuwe weg was met prachtige rotsen. Daarna besloten om toch naar Malarguë door te kachelen, al wilden we dat pas morgen doen.
Malarguë heeft een hele lange hoofdstraat van kilometers lang, druk ook en lawaaierig. We reden even van de weg af naar een golfbaan, met een luxe hotel waar momenteel geen klandizie is en een laagseizoen prijs geldt voor een luxe kamer met balkom en jacuzzi. In verhouding niet erg veel duurder dan het overprijste centrum waar we nog wel hotelletjes bekeken maar dat bleek voor de vorm. We blijven 2-3 nachten en gaan van hieruit trips maken hopen we.
Such a perfect day
It\'s such a perfect day, Lou Reed, dat lied zat vandaag in mijn hoofd.
Ken je dat, dat alles meezit? Vandaag was zo\'n dag.
Vannacht heeft het gevroren. We waren de enige gasten die overnacht hadden dus het was helemaal stil. Vandaag was een stralende dag zonder wind. Het meer was een spiegeltje, de hemel strakblauw,ons humeur opperbest. De laatste dag in Caviahue. Even brood halen bij de panaderia en weg. De auto aan de rand van het plaatsje gezet en de eerste wandeling naar de waterval Escondida. We knerpten met onze zolen over de bevroren tufsteen (vulkanische assen). Voor ons de rokende Copahue (2997 meter de krater). Hadden we al gezegd dat we gisternacht een kleine aardschok en knal hadden?
Een prettige wandeling die langzaam iets klom waarbij aan het eind de prachtige waterval te zien was temidden van knotsen van bomen. Een poosje gezeten en genoten van de omgeving. De volgende stop was aan de voet van het pad naar Laguna Escondida. Die klim was behoorlijk pittig. Je klimt vanuit het dal direct omhoog langs de basaltwand. Eenmaal boven heb je een schitterend uitzicht. De laguna, een meertje, was deels opgedroogd. Na deze wandeling reden we naar een picknickplaats aan het meer om te lunchen.
We konden weer verder. Een andere route zou veel te lang zijn maar we probeerden zover mogelijk met ons kleine autootje de hobbelige gruisweg in te komen. Ineens een heel ander landschap. Veel vee en enkele schamele hutjes. Na een kilometer of zeven konden we niet verder door een kruisend riviertje vol stenen. Het laatste stukje naar aan uitzichtspunt, een mirador, deden we te voet. Ach wat fraai weer, rondom highlands, in het diepe dal een groot meer. Als je zag hoe klein de koeien beneden waren, realiseer je je de omvang van het landschap. Ook de grootte van de auracaria\'s. Hier hebben we ook een poosje genoten van het uitzicht. Muts en handschoenen aangehouden als bescherming tegen de felle zon, zeker op deze hoogte. Een mooie afsluiting van ons Caviahue driedaagse. Vanavond ongetwijfeld weer een lekkere maaltijd en morgen rijden we eerst weg van de Chileense grens, dan noordwaards. We verlaten dan de Provincie Neuquen en naderen Mendoza.
Caviahue en Copahue
Caviahue en Copahue
Uit Zapala ben je niet snel weg, helemaal niet als je een gaatje in de je band hebt. Daarvoor moet je naar de gomeria, de bandenspecialist. Ook voor gewoon een beetje lucht in je banden moet je daarheen. Wij hadden een klein restje spijker in de voorband. Gelukkig werden we snel geholpen.
De rit naar Caviahue is ongeveer 175 km over goed asfalt. Een prima route met mooie vergezichten. Rondom aan de horizon bergen.
Dan ineens rijd je door een soort pas op weg naar Caviahue, een plaatsje vlakbij de vulkaan Copahue. Dat laatste stuk is spectaculair. Onderweg kom je geregeld veehoeders tegen met angorageiten, schapen, koeien en paarden. De mannen hebben roodbruine wangen. Ook in dit gebied vooral Mapuche. Het gaat van generatie op generatie.
Voor Caviahue (1620 meter) een groot meer met witte schuimkoppen, het waaide hard. Al snel vonden we een betaalbare en sfeervolle hosteria (herberg). We boekten meteen 3 nachten. Rondom bergen met sneeuw, vooral op de vulkaan Copahue, hier 20 km vandaan. Beroemd om zijn termas, de thermaalbaden.
Je ruikt overal zwavellucht. Verder weer veel oeroude auracaria\'s en struikjes in rode herfstkleuren. Hier kan je ook wandelen. De Copahue was in december 2012 nog actief aan de rommel. Op dit moment zien we nog wel witte rookpluimen uit de krater komen. Later gistermiddag en avond stevige regen en bij Copahue 2013 meter) verse sneeuw. Prima restaurant beneden, ik nam de jabalí de la casa, everzwijn van het huis.
Vandaag, donderdag de 11e april, was het weer opgeklaard. We reden eerst richting Copahue en genoten van de mooie uitzichten. Hoe verder we reden, des te meer sneeuw. Ook stond er een harde ijskoude wind. Geen thermaal bad, maar thermokleding. Geen luxe. Copahue zelf kon niet bereikt worden want er was niet gestrooid en de ijshelling ter plaatse maakte in- en uitrijden onmogelijk. We keerden om en gingen een stukje verderop wandelen.
Bij Caviahue was het minder koud. We gingen wandelen langs allerlei cascadas, watervallen. De omgeving is onbeschrijflijk mooi, een uniek soort landschap. Lijkt het bij Copahue nog op IJsland, bij Caviahue met zijn vele hoge auracaria\'s is het nergens mee te vergelijken. We liepen nog een stuk voorbij de laatste grote waterval en volgden geitenpaadjes. En continu de vulkaan op de achtergrond, bedekt met sneeuw. Veel foto\'s gemaakt. Morgen nog een dag in deze omgeving. Wat een luxe!
Vulkaan Lanin
De dag begon mistig maar in de loop van de ochtend trok de nevel weg uit het landschap. We hadden alle tijd want er stond maar één ritje op het programma, die naar vulkaan Lanin, 3776 meter hoogte en zichtbaar vanaf grote afstand vanaf elke route. De weg is pakweg 70 km totaan de Chileense grens waarvan de eerste 80% is geasfalteerd. In het begin veel grasland, een soort steppes. We zagen een aantal kuddes herten, ieder met een eigen bok die weer luidkeels stonden te brullen. We dachten nog een onderlinge vete te gaan meemaken maar dat bleef uit, er is voldoende ruimte in dit land. Gieren zie je ook in allerlei soorten en maten, wij zagen vanmorgen zwarte gieren die hun vleugels zaten te warmen aan de zon die door de nevel heen brak. De lucht knalde open en werd strakblauw, daardoor kwamen de herfstkleuren weer prachtig uit. Het was weer een beestenbende, met angorageiten en merinoschapen. Onvoorstelbaar dik zijn die vachten, alsof er iemand binnenin zit.
Halverweg werd het landschap kaler en droger. Vanaf daar steeds meer auracaria\'s. We zijn vaak gestopt om van het landschap te genieten, behalve enkele passerende auto\'s was het weer doodstil. Een graad of 21 maar kil in de schaduw. Indian Summer.
Vlak voor de de Chileense grens en de douane, boog nog een weggetje naar rechts naar Lago (meer) Tromen. Een kronkelig zandweggetje door de bamboestruiken, een watertje en op het einde een fantastisch uitzicht. En eeuwenoude kronkelige bomen, je blijft er foto\'s maken zo mooi.
Rond half twee langzaam aan terug gereden en ergens bij een picknickplek met bankjes en tafeltjes (zeldzaam) gestopt om broodjes te eten. Ach, niet elke maandag is vervelend toch? Nog een nachtje in Junin en dan verder via Alumine om daarna een nieuwe weg richting de Chileense weg uit te proberen en waar mogelijk een nacht te blijven. Als het niet lukt, rijden we door naar Zapala.
Allemaal beessies
Een zondagstripje, slechts een plaats verder naar Junin de los Andes. Een goede plek om te starten voor een trip naar vulkaan Lanin, doen we morgen. Alle vulkanen langs het Andesgebergte zijn vrij actief. Het hele landschap is gevormd door vroegere uitbarstingen. Basalt is goed herkenbaar, het zijn meestal de hogere rotsen en plateaus met de staafvormige gesteentes. Vandaag een trip naar de rotsen waar condors verblijven, ze starten in de ochtend als de thermiek optimaal is en keren \'s middags laat terug. Joekels van wel 11 kilo zijn het. We zagen er enkele circuleren, vooral met verrekijker goed te bekijken. Onderweg in het graspollenlandschap zag je als je goed keek, ook guanaco\'s. Familie van de kameel, heel schuw en alert. Daarnaast een aantal kuddes herten waarvan je de mannetjes met hun grote geweien kon horen brullen. Alle grote dieren verplaatsen zich moeiteloos in dit landschap, ze dansen er bijna doorheen. Ook zagen we Merinoschapen liggen, enorme dikke vachten hebben ze. Paarden en koeien ontbraken evenmin, al zijn het de wilde dieren die moeiteloos over een hek springen. We hebben de omgeving weer redelijk voor onszelf, het is rustig, de bomen staan in herfsttooi en de luchten zijn strakblauw. We logeren twee nachten in een oergezellige hosteria met een hele grote tuin. We genoten van het middagzonnetje. Ook even het kleine centrum ingelopen. Vooral de ijsco tentjes zijn populair en altijd open. Verder een grote groep groene parkieten gezien boven in een berkeboom, ze maken behoorlijk veel herrie.
Rondom San Martin de los Andes
Gisteren hadden we een luilekkerdag. \'S Ochtends door het herfstige stadje gelopen voor kleine boodschappen. Ook weer bij de Turist information langs geweest. \'S Middags weer regen en dat werd alleen maar heviger in de loop van de dag en avond. Picknick op de hotelkamer en lekker gelezen totdat we weer uit eten konden om 20 uur. We gingen opnieuw naar Ponchos restaurant, het was ons erg goed bevallen in alle opzichten en gezellig. We hadden bovendien een coupon voor een lokale specialiteit als we terug zouden komen. Dat bleek een houten plank met lekkernijen te zijn. Veel hertenvlees en forel, zo ook op de plank. Heel leuk. En daarna nog ons menu.
Vandaag een uitje op het dagmenu. De provinciale gruisweg naar de Chileense grens, pakweg 45 km verderop. Al vrij snel zagen we dat het in de bergen rondom ons, gesneeuwd had. Eergisteren liep men hier nog in korte broek, nu in donsjack. Wij hadden ons ook stevig aangekleed. Een winddicht jack is geen luxe hier.
We stopten bij de voormalige en gerenoveerde nederzetting van Hollanders (uit Zuid Afrika), de Van Dorssens. Doen we ook nog aan cultuur! Leuke foto\'s en verhalen, gelukkig ook vertaald in het Engels. Na deze korte stop door naar gruisweg deel II. Er stond \'niet aan te raden voor kleine auto\'s\'. Dit leek ons niet hetzelfde als \' verboden\' en we reden door. Dikke kuilen en stenen enzovoorts. Het werd rap warm in onze bolide. De laatste hobbel bleek een soort rivier, we waren bijna bij de Guardaparque van waaruit je kon lopen naar de thermaalbaden. Het bleek echter verder dan de dame bij de VVV had gezegd, in totaal 3 uur lopen. Geen zin in gezien het pad en het weer. Na een korte wandeling keerden we om naar de auto. Terug naar de ingang die naar de waterval leidde. Daar hebben we eerst geluncht. Er vlogen hele zwermen grote groene parkieten over. Die kom je overal in dit land tegen. Net als koeien, die lopen ook in het bos.
Het pad naar de waterval was een mooie, steile wandeling. Ook weer fantastische joekels van bomen. Hier komt de zeldzame wilde kat (we hebben er eentje gezien een paar dagen terug) en de pudú voor, een minihertje. De waterval was de moeite meer dan waard. Laat in de middag waren we terug in San Martin de Los Andes. Morgen gaan we hier weg naar Junin de los Andes. Het weer zou beter en warmer worden en we hopen condors te zien.
Tot een volgende keer, als er weer wifi is.