Esteros del Iberá
Esteros del Iberá
De rijdagen tussen de Iguazu en de Esteros del Iberá zijn het vermelden amper waard. De omgeving was vlak en we hadden behoorlijk noodweer onderweg. Blij dat we in Mercedes waren, aan de rand van het enorme moerasgebied Esteros. Iberá betekent helder water. Het totale gebied omvat 20.000 km2. Het is een belangrijk zoetwaterreservoir van Zuid Amerika. Tegelijk is dat een potentiële toekomstige bedreiging, namelijk, dat de moerassen worden opgeofferd voor drinkwater. Eeuwig zonde van de biodiversiteit. Beroemd vanwege de capibara, maar ook om de kaaimansoorten zoals de yakaré en ruim 350 verschillende vogelsoorten. Gelukkig staat het gebied op een bekende internationale beschermingslijst van wetlands. Tot zover de feitjes.
Wij vertrokken vanuit Mercedes via een lange weg van 115 km naar Colonia Carlos Pellegrini. Begin was even asfalt, daarna klei en aangezien het pas flink geregend heeft, kan je meestal maximaal 40 km per uur rijden. Of je moet een 4x4 zijn, zoals de hufters die ons met grote snelheid passeren en niet alleen ons in gevaar brengen, maar ook letterlijk dieren doodrijden. We zagen het gebeuren. Heel afschuwelijk, de waarschuwingsbordjes hoeven ze niet voor toeristen neer te zetten!
De weg was een doel op zich. Je ziet onderweg al genoeg moois. Het begon met emoes. daarna kuddes paarden en koeien met hun gaucho\'s; ineens onze eerste capibara, liggend aan een meer. Het grootste knaagdier ter wereld, en net zo\'n apart uiterlijk (vooral de kop) als een eland. Ze kunnen uitstekend zwemmen maar liggen graag te zonnen. Als je goed keek, ontdekte je er steeds meer. Met de verrekijker waren ze helemaal goed te zien. We wisten toen nog niet dat we er heel veel meer zouden zien. En heel veel vogels, groot en klein. Veel roofvogels maar ook diverse soorten reigers en ooievaars. Verschillende spechtensoorten en ijsvogels. En veel andere gekleurde exemplaren waarvan de soorten en namen niet kennen. Je kijkt je ogen uit.
Vervolgens overstekende capibara\'s, of zonnebadende types in de modder van de berm. Het kan allemaal. Ze blijven leuk om te observeren. Opeens passeerden ook wat herten. Idyllische taferelen met al dat water, de kleurige planten, een zonnetje en al dat groen. Soms kom je ogen en handen (om te filmen en fotograferen) tekort. Drie uur later stonden we bij het Laguna del Ibera, bij het bezoekerscentrum. Daar graasden ook capibara\'s, alsof ze waren ingehuurd! In de bosjes erachter zitten brulapen. We zagen er eentje.
Je rijdt Pellegrini binnen via een houten brug die een enorm lawaai maakt als je over de losse planken hobbelt. Hoe eko is dat? Pellegrini kent een aantal topsegment lodges die pakkettrips verkopen voor hoge bedragen. Je kan er verder weinig anders, je bent afhankelijk van anderen en dat haten wij. We bezochten eerst de fraaie camping Ibera aan het meer. Mooi gras, prachtig aangelegd en op het oog goede voorzieningen. Maar we hadden ook de sleutel van een buitenhuisje van de eigenaars van het Bed and Breakfast in Mercedes gekregen. Dit huisje lag pal naast zo\'n sjieke lodge. Helaas was het huisje muf en vies en we stonden in 2 minuten weer buiten. Waarschijnlijk waren de eigenaars al een tijdje niet meer zelf geweest... Een dompertje, want we (=Hans) zouden zelf koken en hadden eten bij ons. Terug naar de camping, daar kan je alleen grillen want Argentijnen eten alleen vlees. Sta ik daar met die vegakerel van me... We zaten er wel lekker aan de overdekte picknicktafels. Weer vogeltjes kijken. Gevraagd of we de volgende ochtend een boottochtje van twee uur konden doen. Ja, dat zou kunnen. Om 8 uur en om 10 uur. Om 8 uur zei Hans, want voor vogelspotting moet je vroeg zijn. De slechte maaltijd \'s avonds in het enige tentje waar je kon eten in die negorij namen we op de koop toe. We genoten van de sterren en lagen vroeg in ons nest. Opvallend detail: \'s nachts kroop een tarantula rond bij de toiletgebouwen...
Wij stonden op om 7 uur en stonden in de vertrekstand om 7.45 uur. De campingbeheerder arriveerde. Hij liet weten dat de tochtjes starten vanaf 10 uur, de gidsen waren er nog niet eens en zei hij, \'het was koud geweest en dan zie je \'s ochtends vroeg geen dieren\'. Rare vogels die Argentijnen.
Een half uur later kwamen verschillende jongemannen met verschillende taken. Denk je net een nieuwe belofte ontfutseld te hebben: vergeet het maar. Ze doen lekker wat ze zelf willen. Afspraken over tijd betekenen niets in dit (platte)land. We noemen het voortaan Latijns Afrika. We besloten dat we zo niet behandeld willen worden en zagen definitief af van de boottrip. De zon was dit keer niet de grootste belemmering, maar het tijdstip. We zouden hooguit nog kaaimannen kunnen zien. Laat zo\'n type nu net op commando bij de steiger verschijnen. Hoppa, ook op de foto. Iedereen zegt dat ze schuw zijn maar ik vertrouw de krokobeesten voor geen meter of het moet een tasje zijn.
Na een lekker broodje aan het water, reden we rond 11 uur terug naar Mercedes. We zagen weer heel veel dieren, ook kaaimannen in het groen langs de weg. Een hoogtepuntje waren drie kleine capibara\'s die de weg overstaken en door het riet naar het water scharrelden. Samen gingen ze zwemmen, dat kunnen ze erg goed. Een stuk later bij een groter meer zagen we een enorme kolonie (geen idee of dat past bij capibara\'s) aan het water liggen. Er waren heel veel jonkies bij. Stonden we allebei met een digitaal apparaat dit tafereel vast te leggen, bleek dat er volop gepaard werd. Deze club wordt niet met uitsterven bedreigd. Een heuse EO- natuurfilm (Ger, die mag je lenen).
Nu hangen we tevreden op de veranda in Mercedes bij onze B&B. Het aftellen is een feit, de laatste dagen gepland. Of we nog wat te melden hebben voor onze site, kan ik niet beloven, maar je weet maar nooit.
Iguazu
Iguazu
Vandaag stond geheel in het teken van de Iguazu watervallen. We moesten eerst nog twee uur rijden voordat we er waren. Iguazu betekent \'groot water\' in Guaraní taal, de taal die door de oorspronkelijke bewoners in dit gebied wordt gesproken en waar nog woorden zoals capibara en tapir vanaf stammen. Dat U het maar weet.
De Iguazu ligt op het drielandenpunt van Argentinië, Brazilië en Paraguay. Het water vormt de natuurlijke grens, net zoals de grote Paraña rivier dat doet. Het ligt midden in de jungle. Dat betekent veel bos en ander groen, tropische bloemen en vogels, heel veel fantastische vlinders en vooral: klef en heet.
Het hele gebied is fantastisch mooi aangelegd en er zijn veel voorzieningen. Het gebied is uitgestrekt en omvat meer dan één waterval. De grootste heet de Garganta del Diablo (niet echt origineel). Na een klein hapje gingen we daar als eerste naar toe. Ronde una was een korte wandeling door een bosje waar we leuke vogels zagen die we al eerder tegen kwamen. Qua gedrag een ekster, maar qua kleur nog luxer uitgevoerd. Naar de Graganta kan alleen met een super lullig treintje waar niemand in wil zitten, maar wat wel lekker is met die hitte. En waar maak je nog mee dat de \'conducteur\' op je wacht zodat je nog mee kan na het fluitsignaal?
Na een kleine tien minuten tuffen wordt dan een hele horde toeristen tegelijk uitgebraakt op het perron. Toch heb je weinig last van elkaar want er is voldoende ruimte. Waar we wel last van hadden waren die brutale vlinders. Ze komen op je zweet af en dat is voldoende op voorraad bij iedereen. Op nummer twee staat de brutale neusbeer. Een paar jaar geleden zaten ze nog schuw in het groen, tegenwoordig zijn ze een plaag op alle terrasjes.
De Garganta is niet beschrijven, dat moet je zien op de foto\'s. Je kan niet te lang fotograferen want er komt heel veel nevel vanaf. Er staan ook professionale fotografen met keukentrapjes die je graag samen portretteren op de beste plekjes. Dat hebben we, net als toen, nu ook weer gedaan. Bij de uitgang stop je dan licht gegeneerd de ingelijste prent in je rugzak...
Na de Gargante volgden we nog een andere trail te voet, de sendero verde, het groene pad. We volgden de \'lower trail\' en daalden af via vele trappen. Vervolgens loop je over metalen vloerdelen. Onze kleding was ons echt tot last, alles plakt op je lijf. Tussendoor kom je dan langs prachtige plekken met gevarieerde uitzichten op de watervallen. Rond 15 uur kwamen we op een mooi plekje bij twee kleinere watervallen waar ook bankjes in de schaduw lagen. Dat was een genot om te zitten. Aan het einde van de middag een ijsje, de foto afhalen en de auto in. We hebben besloten dat 1 dag Iguazu voldoende is. We wilden aanvankelijk morgen nog eens en meer wandelen maar het is gewoon te heet en er komt onweer en regen aan. We zijn nu alvast een klein stuk van de weg terug gereden en vonden een schoon, nieuw en betaalbaar hotel. Bij de Iguazu zelf en in het plaatsje ernaast, is het onbetaalbaar.
Morgen hebben we een groot deel van de dag nodig om deze provincie, Missiones, uit te rijden. Daarna hebben we nog een extra rijdag nodig om bij de Iberá wetlands te geraken. We willen nog capibara\'s in het wild zien en verheugen ons op veel mooie vogels. Tot dan!
Corrientes en de chaco
Corrientes en de chaco
De chaco is een gebied waar het zomers wel 45 graden heet kan worden. Nu is het herfst en dan is het slechts 25-30 graden. Na de droge volgt de natte chaco. Die begon al meteen met een dag noodweer toen we naar Corrientes reden. Alsof we in een soort Tornado filmdecor reden. In Corrientes was het niet veel beter. De regen ging over in een soort megadouche en de straten liepen langzaam vol. We zagen ons al op het 8 uur journaal verschijnen... Gauw een hoger gelegen parkeergarage ingevlucht van een hotel. Toen het \'s middags even droog was hebben we langs de kilometerslange boulevard gelopen. Er is ook een haven aan de Rio Paraña, een al zeecontainers van onder andere Hamburg Süd. De rivier zelf is groot, de brug waarover je Corrientes binnenrijdt is 3 kilometer lang. Corrientes is een grote maar prettige plaats met veel bomen en voetgangerszones.
De dag erna flink doorrijden door de natte chaco, zo\'n 450 kilometer. Het is nu tropisch heet (33 graden) en zeer vochtig. Zoals gezegd staan alle dieren gezellig in het water. Op de waarschuwingsborden voor overstekende dieren staan echter geen koeien, maar alligators en capibara\'s. Een voorproefje van het grote moerasgebied, de wetlands. nu eerst door naar de Iguazu watervallen in de provincie Missiones. Hier groeien ananas en bananen, de klei is rood. Wat een andere wereld!
Van hoog en koel naar laag en zwoel
Van hoog en koel naar laag en zwoel
Na het verlaten van Tilcara zijn we naar Purmamarca gereden voor een korte ochtendwandeling langs de Siete Colorades. Het blijft een prachtig gezicht die toverbalbergen. Twee honden liepen met ons mee.
Om 11 uur zaten we weer in de auto voor de afdaling uit de bergen. Ineens realiseer je je dat we de (echte) bergen niet meer gaan zien de laatste fase van onze reis. Ten tweede, de nachtelijke koelte kunnen we ook op onze buik schrijven.
Na een uur of twee zaten we ineens in een Argentijnse variant op het Friese platteland. Saai is dat dan ineens, geen uitzicht, alleen kleine weggetjes die naar kleine boerderijen (finca\'s) gaan. Het gebied heet de chaco, de droge chaco. Er bestaat ook een natte chaco waar het vee tot aan hun buik in het water staat. Af en toe de airco in de auto aan, maar je krijgt dan wel een dreun als je uitstapt. Gisteren zo\'n 460 kilometer gereden, wat verder dan de bedoeling. Langs de ellenlange weg naar Corrientes in het oosten liggen weinig plaatsen. Het asfalt is ook spannend, er zitten gaten in die groter zijn dan de autoband van een vrachtwagen. Het zijn diezelfde vrachtwagens die de wegen stuk rijden. Er zijn stukken waartussen helemaal geen trucks rijden en dan is het asfalt even goed. Het landsdeel is armoedig, de plaatsjes zijn armoedig en droevig om te zien. Kan je voorstellen dat je daar een hotel zoekt.... Er komt hier zelden een toerist, want degenen die richting de Iguazu watervallen gaan, nemen veelal een binnenlandse vlucht. Maar ook dat is Argentinië. Wat is veranderd de laatste jaren is het enorm toegenomen verkeer en in de plaatsen zelf de brommers en scooters. Dat went nooit. Daarom reden we langer door dan gepland. Het gehucht waar we verbleven heet Taco Pozo. Het hotel heette Oasis. Tot zover het goede nieuws. Na de pracht en praal in Tilcara hadden we nu een low budget, snoeiheet, niet te ventileren schuimrubberen matrasjeskamer te pakken. Onze kamer leek schone lakens te heben, de andere kamers leken al weken niet in gebruik maar de lakens lagen nog omgewoeld de kamers te sieren. Het werd \'s nachts niet rustig, ofwel de luidruchtige mensen dan weer hun dieren: knorrende varkens die overal in chaco rondscharrelen en hanen die non-stop de nacht het ochtendgloren aankondigen. Zo leer je dat elke haan een uniek geluid heeft. Je moet wat als je wakker ligt tot 4 uur. Tussendoor hadden we ook onze handen vol aan de duizenden muggen op onze kamer. Het gierde werkelijk van de muggen! \'Hoogtepunt\' is dan het lokale tankstation waar je \'s avonds even heen vlucht voor een instant pasta met lauwe wijn met ijsblokjes onder het genot van TL licht. Wegens succes gingen we er vanmorgen 8 uur ontbijten. Gelukkig was het vandaag flink bewolkt, prima weer om te rijden en weer een flink stuk op te schieten, zo\'n 300 kilometer erbij. Dit gebied staat bekend om het katoen wat hier verbouwd wordt.
We zijn nu in Presidencia Roque Saenz Peña, een flinke plaats van 70.000 inwoners. Beroemd om zijn termas, de thermaalbaden. We hadden gelezen dat er nieuw hotel (Aconcagua) moest zijn. Na wat gedoe gevonden, ligt gelukkig in een minder druk deel van de stad. Ineens zijn we fan van airco\'s! We zijn vanmiddag naar een soort dierentuin gegaan aan de rand van de stad. Lekker rustig en goedkoop. Ze hebben vooral dieren die zijn opgevangen uit het wild, uit eigen land. Een prettige middag, al waren we weer helemaal klam en warm toen we klaar waren. Fijn idee dat we al een goed hotel hadden om naar terug te keren. Morgen rijden we door naar Corrientes, 200 kilometer verder en daar we willen we overnachten ergens aans de rand van de stad, liefst nabij de grote rivier.
Tilcara
Tilcara
Vrijdagmorgen hebben we dankzij de tomtom de grote stad Jujuy helemaal kunnen omzeilen. We hebben zelfs grote stukken snelweg (zeldzaam in dit land) gehad. Dat schiet lekker op maar is ook vreemd omdat je de bergen helemaal op de verre achtergrond geheel vergeet. Na een uur of twee kwam de afslag naar de plekken waar we heen wilden: Purmamarca, Tilcara en Humahuaca. Hoe exotisch klinkt dat? Kleine plaatsjes op hoogte (2200-3000 meter boven zeeniveau) richting de Boliviaanse grens. Beroemd lamagebied, staat ook volop op de menukaart. Eerder reden we al eens helemaal door totaan Bolivia, tot op 4000 meter om van daaruit een zoutmeer te bekijken en een afdaling vol haarspeldbochten te kiezen. Deze keer wilden we dat niet doen maar zelf wandelen rondom Tilcara. We kwamen eerst door Purmamarca, schattig klein en kleurrijk, het marktplein autovrij, maar de paar hotelletjes waren in de buitencategorie patsers. En weer amper toeristen maar des te meer souvenirstalletjes. Helemaal ingesteld op busladingen toeristen. Gauw door naar Tilcara, slechts 32 kilometer verder en 200 meter hoger. Authentiek maar toeristvriendelijk. Van oudsher meer ingesteld op rugzaktoeristen, welke er nog steeds veel zijn, maar het plaatsje biedt nu ook andere, leuke en betaalbare plekken. We volgden een posada bord Con Los Angelés (bij de engelen) en het was meteen raak. Prachtige plek en voor twee nachten ingekwartierd. Ruime tuin met kleine huisjes, veel rust en privacy en je eigen wifi. Er vliegen kolibri\'s rond en zoals overal in dit land, hoor je de parkieten (die zijn er ook in tig varianten). Tilcara is zeer relaxed, het marktje en de mensen zijn niet opdringerig en ze \'gebruiken\' hun schattig ogende kleine kotertjes op een acceptabele manier om hun koopwaar te slijten. Wij zochten beschermende hoeden tegen de zon. Ze verkopen veel van die vilten Paddington soepmutsen en van andere stoffen theemutsvarianten. Wij wilden er eentje die ventileert èn past (mijn hoofdomtrek is 60cm en die maat is schaars). We vonden en kochten die bij een gezellig echtpaar die geen kinderen in de marketing had ingezet, maar dat was puur toeval. Wat een verademing om daarmee onder de zon te lopen. Nu zijn we pas echt toeristen!
\'s Avonds en \'s nachts koelt het hier flink af. Rondom de Boliviaanse grens schijnt het verschil in dag- en nachttemperatuur rond de 35 graden te zijn. Zo koud hadden wij het niet vannacht. Wel gingen we vroeg op pad om de klim naar El Garganta del Diablo te doen. Met hoed èn schaduw het eerste deel. Je hijgt wel wat op deze hoogte maar dat is snel over als je even stopt. Het was een leuke wandeling en de uitzichten zijn fantastisch mooi. Bij de kloof zelf zat zowaar een entreehokje... Dat hebben we overgeslagen, natuur is gratis. We hadden ons de dag ervoor al gestoord aan een entreebord met Argentijnen gratis, Latijns Amerikaanse inwoners ietsje en de rest heel veel entreegeld. Kom kom. Dan maar weer afdalen. Na de middag waren we bij de auto terug en zijn we naar Humahuaca gereden, 40 kilometer verder. Nog wat hoger (3000 meter) en twee keer zo groot als Tilcara maar veel meer ingesteld op lokalen en amper op toeristen. Boliviaanse vrouwen zien lopen met twee lange zwarte vlechten, bolhoeden, gelaagde rokken en O-benen. Verder allerlei soorten kraampjes want het is zaterdag vandaag. Terwijl ik dit schrijf hoor ik ergens juichgeluiden vanaf een voetbalveld. Veld zonder gras is dat hier, benieuwd wie er dan nog een sliding probeert...
Morgenvroeg vertrekken we op tijd, de weg terug zoals we kwamen. Dan stoppen we bij Purmamarca om achter het dorp te wandelen. De mooiste momenten qua licht en kleur zijn de ochtenden en de late middag. Daarna hebben we een flinke rit voor de boeg richting het oosten, richting Corrientes. Het reisschema van 2005 is een handige leidraad bij de planning van dit jaar. We liggen nu wat \'voor op dat schema\' en dat komt goed uit aangezien we deze keer een gebied willen bezoeken waar we nog niet eerder waren. We zullen het zien wat gaat lukken. Tot nu toe zijn we heeeeel erg tevreden over alles wat we zien en meemaken.
No Ruinas, Si Castillo
Het noorden van Argentinië is minder droog en dor dan we ons herinnerden. We hebben twee dagen gereden en het was geen moment saai, integendeel. De bewegwijzering is wel een verhaal apart. Als je een bord wil, is er geen en als het een doorgaande weg is zonder afslagen dan staat er om de kilometer een bord (met pijlen rechtdoor...). Soms hadden we de tomtom nodig om de Ruta 40 te blijven volgen, vooral in en rondom kleine plaatsjes. De hoofdweg wil niet zeggen dat er altijd asfalt is, of dat er geen water overheen kan stromen dus vertrouw niet op algemene wijsheden.
We reden door boomrijke plaatjes, door een groot en open grasland (campo arenal) temidden van bergen om daarna weer slingerwegen te hebben. Soms zagen we lange stapels geoogste paprika\'s liggente drogen.
Ons doel gisteren was Ruinas de Quilmes, of liever gezegd het fraaie hotel wat erbij ligt. In 2005 sliepen we daar en de trapsgewijze ruinas tegen de berg beklommen we als de zon weg was. Hoe anders was het nu. Een nep indiaan in jeans, Nike petje en pickup truck verkocht een kilometer voor de ruinas toegangskaarten voor de Heilige Stad. Hans zei dat we naar het hotel wilden waarop de man zei dat dat \'no functionado\' was. Omdat we dat niet geloofden, reden we door zonder te betalen. Er was daar al jaren sprake van een vete tussen exploitant en de oorspronkelijke bewoners van dat gebied. Dat \'oorspronkelijk\' moet je ook met een schep zout nemen want die stam bestaat al lang niet meer volgens de reisgidsen. Wat wel klopte is dat het hotel niet meer in gebruik is. Erg jammer want het was er superstil en het hotel was smaakvol gebouwd en ingericht. Weggepest. De ruinas mocht je ook niet meer zomaar betreden maar om 13 uur in de blèrende zon doen we dat sowieso niet.
Snel door naar Cafayate ondanks de teleurstelling. Alsof het zo moest zijn. Cafayate is een klein, rustig (geen scooters) en op toeristen ingesteld plaatsje op een sympathieke manier. Ze weten wat toeristen leuk vinden. Aangezien het laagseizoen is, kan je de toeristen op twee handen tellen. We hadden een prima hostal, royaal, schoon en goedkoop. Een mooi excuus om de rest van ons dagbudget te besteden aan een goed restaurant. Die vonden we aan het plein, we aten op het terras. Deze gelegenheid en maaltijd komt met stip op nummer 1 binnen. Veel kruiden, veel smaken en een super ober.
Vandaag reden we van Cafayate naar Villa San Lorenzo bij Salta in de buurt. Al vrij snel rij je dan door de Quebrada (kloof) de Cafayate. Veel fraaie steenformaties met als primaire kleur rood. We hadden de zon voor ons, maar als je even stopte en terugkeek, dan zag je de kleuren en lagen in het landschap. Wel bustoerisme. Bij een beroemde grote kloof was het filewandelen, maar dat gebeurde ons gelukkig maar eenmalig.
Na de Quabrada reden we door groene, vruchtbare gebieden. Er werd van alles verbouwd, zoals tabak, maïs en rode pepertjes. Zo viel er continu wat te zien.
Ruim voor Salta, een grote stad en toeristische trekpleister, zetten wij de tomtom aan. We zochten Villa La Lorenzo, een rustig stadje temidden van het groen waar we logeeradres Casa Hernandez op het oog hadden. Het was vroeg in de middag, we hadden al gekoeld bier in de kofferbak en zagen ons al helemaal zitten in een grote tuin vol bomen en bloemen. De casa was snel gevonden maar er zat een hangslot om het hek. Gesloten wegens privé feest.
Een klein stukje verder langs de doorgaande weg in Lorenzo, ging een afslag naar een quebrada. Een veel rustiger weg, heel veel bomen en bloemen en koloniale gebouwen. Kijk, dan voelen wij Hollanders ons al snel op ons gemak.
Na wat verschillende adresjes gevraagd te hebben maar niet geschikt bevonden, viel ons oog op El Castillo. Inderdaad, een kasteel. Tevens hotel met restaurant. Kijk bij de \'links\' rechtsonder op deze website om meer te zien. Ook hier kon nog wel wat afgedongen worden en dat lukte. Hoe langer we hier rondlopen en kijken, hoe meer leuke plekjes er binnen en buiten zijn. De quebrada verderop langs dit doodlopende weggetje stelt weinig voor, maar het was genoeg om onze benen wat te strekken en onze zelf gesmeerde broodjes op te eten. \'Ons bint ook zuunig\' zodat we vanavond kunnen dineren in dit kasteel.
We verheugen ons op een nieuwe spectaculaire rit richting Purmamarca. Wat daar te zien is, komt de volgende keer.
Talampaya
Talampaya
In 2005 konden we nog gewoon 13 kilometer zelf het park inrijden. Er was toen een bescheiden gebouw met voorzieningen en we waren de enigen die bleven overnachten. Daar moest toen speciaal de jongste bediende voor overblijven in het park. Talampaya was toen al een Unesco Heritage Site, maar het toerisme moest nog van de grond komen op het entreegeld na. In 2005 werd je rondgereden in een jeepje, zat je in de achterbak naast een klapperend zeil en hield je je vast aan de metalen stangen van de auto. Gezellig in de open lucht.
Anno 2013 mag je hooguit 1 kilometer rijden. Er loopt teveel personeel terwijl ze bijna allemaal onbeschoft zijn tegen de bezoekers. Alleen over dat gedrag kunnen we al een boek schrijven. Desondanks lukte het ons om gisteravond onder de sterrenhemel op hun terras te zitten en wat te eten en te drinken te krijgen. We hadden er geen verwachtingen van, want de meneer keek op de beperkte kaart om te lezen wat de bedoeling was. Ook ironisch dat de vegetarische optie een empanada met vlees bleek, gelukkig wel met veel gemengde en lekkere salade. Het was wel weer heerlijk om in een afgekoeld en leeg Talampaya te vertoeven, sterren en vosjes te kijken.
Vanaf 8 uur zou je excursies kunnen volgen. Toen stonden we al klaar bij het kantoor. Vanaf 8.30 uur zou er iemand komen. Pas na die tijd zagen we twee mannen op hun dooie akkertje komen aansloffen vanaf de grote weg. Met veel tegenzin werd de excursie per mountainbike toegelicht. Vroeg vertrekken zat er al niet meer in. Daarbij geteld moesten we nog een half uur wachten ook al kon je op je vingers natellen dat er geen fietsklanten bijkwamen. Hans had ze al gezegd dat hij pas betaalde als het 9.30 uur was en, dat als het nog later werd, we niet meer wilden. Handig die in Afrika opgedane wijsheid.
Eindelijk konden we met onze auto gaan, de gids Sergio achterin bij onze bagage gepropt en 13 kilometer rijden naar waar vroeger de entree was. De gids begon zijn best te doen en praatte duidelijk en langzaam. Ter plaatse werden de fietsen uit een zeecontainer gehaald en kregen we helmen. Inmiddels was het al aardig warm geworden en nog later zaten wij blanken rond de 30 graden te fietsen! Ze begrijpen niet dat wij daar niet goed tegen kunnen.
Het was wel een goede keus want vanaf toen was het allemaal weer prima. De metershoge wanden van rode steen zijn imponerend hoog, wel 150 meter.
We zagen al vrij snel allerlei dieren. Naast de bekende vosjes (zorro\'s) ook nandoes (soort struisvogel), mara\'s en verschillende vogels, ook een groep condors. Af en toe zagen we een glimp van de hordes toeristen die met bussen het park in gingen. Zo blij dat we daar niet tussen zaten. Het fietsen ging prima op de harde droge rivierbedding. Op de rulle stukken snel door peddelen. We hielden zoveel mogelijk alle lichaamsdelen bedekt tegen de zon. Terug was fijner met de zon in de rug en een zuchtje wind. De Rio Talampaya staat geheel droog. Een paar keer per jaar is er hevige regenval en reikt het water totaan je knie. Binnen twee uur is dan echter al het water ook weer afgevoerd via de bedding of de bodem! Gelukkig voor de dieren zijn er wel wat permanente stroompjes water hier en daar. Rond 12 uur waren we klaar en hebben we nog wat gedronken en daarna de auto in op weg naar Chilecito. Een warme saaie rit, op de Quebrada de Miranda na, een slingerweggetje door een grote kloof.
Aan Chilecito hadden we allebei andere en betere herinneringen. Raar hoe je geheugen je soms belazert ook al heb je er foto\'s van. De stad was groot,vies, lawaaiierig en een doolhof. Na een uur kregen we een plattegrond op papier te pakken en vroegen we naar een rustige plek aan de rand van de stad. Dat werd Posada del Sendero. Een hele goede en betaalbare optie, je kon er helaas niet dineren. Daarvoor moesten we \'s avonds weer de stad in rijden en de auto zien te parkeren. Dat deel lukte nog net maar het was een ware hel in de binnenstad. Eén grote uitlaatgasdamp en een raceparcours van bromscooters zonder uitlaat. Na vier rondjes lopen gingen we ergens wat eten wat we de slechtste maaltijd tot nu toe mogen noemen. De Torrontes wijn was de enige troost. Heel blij lagen we daarna op onze heerlijke schone en rustige kamer in de Posada....
Vandaag een lange saaie rit naar Belén, de poncho hoofdstad van Argentinië. De omgeving was eentonig, de weg één lange rechte asfaltreep. Dat valt allemaal nog te overzien, maar wat niet went waren de grote hoeveelheden afval die overal langs de weg lagen. Iedereen smijt alles uit het raam, Napels is er niets bij. Buiten Chilecito was het helemaal een grote afvalberg.... Wat zonde van het land en wat een armoe. We wisten wel dat hoe noordelijker we zouden komen, hoe armer het zou worden. Toch hoef je niet rijk te zijn om je afval in de bakken die in vrijwel alle straten op palen staan daarin achter te laten.
In Belén is het warm. Er zijn zeker scooters, maar de meesten hier hebben gelukkig wel een uitlaat. Morgen door naar de Ruinas de Quilmes.
Geologische hoogstandjes
Geologische hoogstandjes
De enige dag dat je zeker denkt offline te zijn, is er juist wifi en niet eens zo traag als in de hotel. We staan momenteel in park Talampaya in afwachting van het weggaan van de dagtoeristen. In de open lucht is er wifi. We wachten met de tent opzetten tot de ergste warmte weg is. In de schaduw met een briesje erbij is het goed te doen. Als we goed geïnformeerd zijn kunnen we vanaf 20 uur hier nog iets eten ook. Wel zijn alle gebouwen vier keer groter dan 8 jaar geleden. Rijke pensionados uit Buenos Aires worden massaal ingevlogen en rondgeleid. In de topdrukte kwamen we hier aan dus het was even slikken... Morgen beslissen we of we ook een tour gaan doen, want zo kleinschalig als toen in een jeepje mag het allemaal niet meer. Zelf gaan is verboden. Maar het park ingaan blijft spectaculair dus we overwegen een tocht per fiets te doen. In de ochtend is het nog niet zo heet. We zien wel. We hopen op een rustige avond en koele nacht, de loslopende vosjes voor onszelf, de stilte die valt als de generator uitgaat en dat de sterren de onmetelijke hemel boven ons gaan verfraaien.
We zijn de laatste twee dagen weer wat noordelijker gekomen. De routes waren erg mooi, vooral de ochtenden. Vanaf Barreal zijn we al meteen meermalen gestopt. Ook omdat het \'s ochtends nog niet zo warm is. We zagen een klein paadje een kloof ingaan met verschillende gekleurde gesteentes en we reden er een stukje in. Uit het niets ineens allerlei mensen met oranje hesjes aan het werk. Geen idee waarmee. Iets verder lagen om de 20 meter generatoren. Huh? Nog iets verder een groepje elektrotechneuten aan hun busjes te zien. We mochten parkeren en een kijkje nemen wat er gaande was. Zien we ineens honderden deels afgerokte klapstoeltjes, een podium, lichtmasten, mobiele toiletten en veel mensen aan het werk. Op 21 april zou er een groot concert of misschien wel opera worden uitgevoerd. In wat een fraai decor! Aan de ene kant die spectaculaire rotsen, aan de andere kant de Aconcagua. Nu begrepen we ook beter waarom er veel was volgeboekt en de prijzen misschien nog wel wat verder opgedreven zijn in Barreal. Wij gingen verder. De route slingerde langs de rotsen, bij vlagen erg smal en soms ontbreken stukjes asfalt. Gelukkig amper verkeer. We hadden de avond ervoor een \'nieuwe\' witte wijn ontdekt uit de regio, gemaakt van Torrentés druiven. We zagen onderweg de druivenranken. Iets om te onthouden al weet ik niet of die in Nederland te koop is. Doe er je voordeel mee.
Het laatste stuk rechte weg van 101 kilometer naar San José de Jachal was even doorbijten. Een kaarsrechte weg en de warmte neemt dan toe. Gelukkig waren we vlak daarvoor nog even een half uurtje gestopt bij een klein tentje op een kruising. Daarna is zo\'n rit goed te doen. In Jachal overnacht bij Plaza hotel, maar de naam klinkt exotischer dan de plek is. Wederom niets veranderd in al die jaren (vanaf 1900 vrees ik). De pantoffelparades rondom het centrale plein, verlopen anno 2013 geheel gemotoriseerd. Wij vonden een alleraardigst eettentje en sliepen prima.
Vandaag weer geluk met ons ochtendprogramma. Weer een schitterende omgeving om in rond te rijden. Eerst nog veel groen en bomen, daarna een meertje en ineens kwamen we op een favoriet kronkelweggetje door de bergen. Ditmaal geasfalteerd. Nog steeds even smal, bij vlagen past er maar 1 auto op de weg en dan heb ik het nog niet eens over de delen die aan de zijkanten weggevaagd worden door natuurlijke invloeden. We zagen in het begin zandsteenformaties met grote gaten van de erosie. Daarna allerlei sedimenten door elkaar, om met de woorden van mijn geologische reisgenoot te spreken: het is een zooitje. Wel een mooi zooitje dan. Op het laatst van de route allerlei Jurassic Park-achtige varianten. En wat Talampaya zo bijzonder maakt, zal ik (hopelijk) een volgende keer laten zien.