Talampaya
Talampaya
In 2005 konden we nog gewoon 13 kilometer zelf het park inrijden. Er was toen een bescheiden gebouw met voorzieningen en we waren de enigen die bleven overnachten. Daar moest toen speciaal de jongste bediende voor overblijven in het park. Talampaya was toen al een Unesco Heritage Site, maar het toerisme moest nog van de grond komen op het entreegeld na. In 2005 werd je rondgereden in een jeepje, zat je in de achterbak naast een klapperend zeil en hield je je vast aan de metalen stangen van de auto. Gezellig in de open lucht.
Anno 2013 mag je hooguit 1 kilometer rijden. Er loopt teveel personeel terwijl ze bijna allemaal onbeschoft zijn tegen de bezoekers. Alleen over dat gedrag kunnen we al een boek schrijven. Desondanks lukte het ons om gisteravond onder de sterrenhemel op hun terras te zitten en wat te eten en te drinken te krijgen. We hadden er geen verwachtingen van, want de meneer keek op de beperkte kaart om te lezen wat de bedoeling was. Ook ironisch dat de vegetarische optie een empanada met vlees bleek, gelukkig wel met veel gemengde en lekkere salade. Het was wel weer heerlijk om in een afgekoeld en leeg Talampaya te vertoeven, sterren en vosjes te kijken.
Vanaf 8 uur zou je excursies kunnen volgen. Toen stonden we al klaar bij het kantoor. Vanaf 8.30 uur zou er iemand komen. Pas na die tijd zagen we twee mannen op hun dooie akkertje komen aansloffen vanaf de grote weg. Met veel tegenzin werd de excursie per mountainbike toegelicht. Vroeg vertrekken zat er al niet meer in. Daarbij geteld moesten we nog een half uur wachten ook al kon je op je vingers natellen dat er geen fietsklanten bijkwamen. Hans had ze al gezegd dat hij pas betaalde als het 9.30 uur was en, dat als het nog later werd, we niet meer wilden. Handig die in Afrika opgedane wijsheid.
Eindelijk konden we met onze auto gaan, de gids Sergio achterin bij onze bagage gepropt en 13 kilometer rijden naar waar vroeger de entree was. De gids begon zijn best te doen en praatte duidelijk en langzaam. Ter plaatse werden de fietsen uit een zeecontainer gehaald en kregen we helmen. Inmiddels was het al aardig warm geworden en nog later zaten wij blanken rond de 30 graden te fietsen! Ze begrijpen niet dat wij daar niet goed tegen kunnen.
Het was wel een goede keus want vanaf toen was het allemaal weer prima. De metershoge wanden van rode steen zijn imponerend hoog, wel 150 meter.
We zagen al vrij snel allerlei dieren. Naast de bekende vosjes (zorro\'s) ook nandoes (soort struisvogel), mara\'s en verschillende vogels, ook een groep condors. Af en toe zagen we een glimp van de hordes toeristen die met bussen het park in gingen. Zo blij dat we daar niet tussen zaten. Het fietsen ging prima op de harde droge rivierbedding. Op de rulle stukken snel door peddelen. We hielden zoveel mogelijk alle lichaamsdelen bedekt tegen de zon. Terug was fijner met de zon in de rug en een zuchtje wind. De Rio Talampaya staat geheel droog. Een paar keer per jaar is er hevige regenval en reikt het water totaan je knie. Binnen twee uur is dan echter al het water ook weer afgevoerd via de bedding of de bodem! Gelukkig voor de dieren zijn er wel wat permanente stroompjes water hier en daar. Rond 12 uur waren we klaar en hebben we nog wat gedronken en daarna de auto in op weg naar Chilecito. Een warme saaie rit, op de Quebrada de Miranda na, een slingerweggetje door een grote kloof.
Aan Chilecito hadden we allebei andere en betere herinneringen. Raar hoe je geheugen je soms belazert ook al heb je er foto\'s van. De stad was groot,vies, lawaaiierig en een doolhof. Na een uur kregen we een plattegrond op papier te pakken en vroegen we naar een rustige plek aan de rand van de stad. Dat werd Posada del Sendero. Een hele goede en betaalbare optie, je kon er helaas niet dineren. Daarvoor moesten we \'s avonds weer de stad in rijden en de auto zien te parkeren. Dat deel lukte nog net maar het was een ware hel in de binnenstad. Eén grote uitlaatgasdamp en een raceparcours van bromscooters zonder uitlaat. Na vier rondjes lopen gingen we ergens wat eten wat we de slechtste maaltijd tot nu toe mogen noemen. De Torrontes wijn was de enige troost. Heel blij lagen we daarna op onze heerlijke schone en rustige kamer in de Posada....
Vandaag een lange saaie rit naar Belén, de poncho hoofdstad van Argentinië. De omgeving was eentonig, de weg één lange rechte asfaltreep. Dat valt allemaal nog te overzien, maar wat niet went waren de grote hoeveelheden afval die overal langs de weg lagen. Iedereen smijt alles uit het raam, Napels is er niets bij. Buiten Chilecito was het helemaal een grote afvalberg.... Wat zonde van het land en wat een armoe. We wisten wel dat hoe noordelijker we zouden komen, hoe armer het zou worden. Toch hoef je niet rijk te zijn om je afval in de bakken die in vrijwel alle straten op palen staan daarin achter te laten.
In Belén is het warm. Er zijn zeker scooters, maar de meesten hier hebben gelukkig wel een uitlaat. Morgen door naar de Ruinas de Quilmes.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}